De internationale auto-industrie lijkt steeds meer van karakter te veranderen. Waar Europese autofabrikanten als Volkswagen, Audi en BMW al jarenlang in China produceren om de lokale markt te bedienen, zetten Chinese merken juist stappen om hun auto’s in Europa te bouwen. Het Chinese Leapmotor wil nu ook de elektrische B05 gaan produceren in de Spaanse Stellantis-fabriek in Zaragoza. Daarmee wordt Europa niet alleen een afzetmarkt voor Chinese elektrische auto’s, maar ook een productielocatie.


De plannen volgen op de start van de productie van de Leapmotor B10 in dezelfde fabriek op 16 oktober. De B05 moet het tweede model van het merk worden dat in Zaragoza van de band rolt. De productie is nog aangekondigd als voornemen en is dus niet hetzelfde als een bevestiging dat de eerste exemplaren al worden gebouwd. Wel maakt de stap duidelijk dat Leapmotor zijn Europese aanwezigheid verder wil uitbreiden.
De ontwikkeling roept een interessante vraag op: zijn de rollen tussen Europa en China aan het omdraaien? In zekere zin wel. Europese merken hebben China jarenlang gebruikt als productielocatie én als een van hun belangrijkste groeimarkten. Chinese fabrikanten volgen nu een vergelijkbare strategie in Europa, maar daar spelen ook de veranderende handelsverhoudingen en de snelle opmars van elektrische auto’s een belangrijke rol.
Waarom produceert Leapmotor juist in Spanje?
De keuze voor Zaragoza is niet toevallig. Leapmotor werkt samen met Stellantis, het moederconcern van onder meer Peugeot, Citroën, Opel en Fiat. Stellantis heeft in Spanje bestaande fabrieken, personeel, productiekennis en toegang tot een Europees netwerk van toeleveranciers. Door die infrastructuur te benutten, kan Leapmotor zijn Europese productie uitbreiden zonder voor ieder model een volledig nieuwe fabriek te hoeven bouwen. Voor Stellantis biedt de samenwerking tegelijkertijd de mogelijkheid om bestaande productiecapaciteit beter te benutten en een grotere rol te spelen in de groeiende markt voor betaalbare elektrische auto’s.
Een tweede belangrijke reden is de handelspolitiek. De Europese Unie heeft aanvullende invoerheffingen ingesteld op elektrische auto’s die in China worden geproduceerd, na een onderzoek naar Chinese overheidssubsidies. De hoogte verschilt per fabrikant.
Europese Commissie Nederland Door auto’s in Europa te produceren, kan Leapmotor de gevolgen van dergelijke heffingen op ingevoerde auto’s mogelijk beperken. De precieze behandeling hangt af van de toepasselijke handelsregels en de herkomst van de voertuigen en onderdelen.
Lokale productie heeft bovendien praktische voordelen. Auto’s hoeven niet allemaal vanuit China naar Europese havens te worden verscheept, de levertijden kunnen korter worden en de fabrikant kan zijn productie beter afstemmen op de Europese vraag. Tegelijkertijd kan de aanwezigheid van lokale productie en medewerkers het vertrouwen van consumenten en overheden versterken. Dat maakt produceren in Europa niet alleen een industriële keuze, maar ook een strategische investering in de Europese markt.
Volkswagen, Audi en BMW bewandelen de omgekeerde route
De vergelijking met Europese autofabrikanten is interessant. Merken als Volkswagen, Audi en BMW produceren al tientallen jaren auto’s in China. Dat doen ze niet uitsluitend om die voertuigen vervolgens naar Europa te exporteren. China is voor deze merken zelf een enorme afzetmarkt, met eigen voorkeuren, lokale concurrenten en een snel veranderende vraag naar elektrische auto’s.
Lokale productie helpt Europese fabrikanten om transportkosten te beperken, hun modellen aan te passen aan Chinese klanten en efficiënter te concurreren met Chinese merken. Ook de samenwerking met lokale bedrijven speelt daarbij een rol. Volkswagen werkt bijvoorbeeld samen met Chinese autofabrikanten om sneller nieuwe elektrische modellen en technologie te ontwikkelen. De concurrentiepositie van Europese merken in China staat echter onder druk, doordat lokale fabrikanten steeds sneller nieuwe modellen introduceren en sterk concurreren op
Nu ontstaat er dus een spiegelbeeldige beweging. Europese fabrikanten proberen hun positie in China te behouden door lokale productie en samenwerking, terwijl Chinese fabrikanten hun positie in Europa versterken met lokale productie en Europese partners. Beide groepen proberen dichter bij hun klanten te staan en hun afhankelijkheid van grensoverschrijdende handel te verkleinen.
Van exporteur naar lokale producent
De ontwikkeling past in een bredere strategie van Chinese autofabrikanten. Zij willen niet langer uitsluitend afhankelijk zijn van de export van auto’s die volledig in China zijn gebouwd. Door fabrieken in Europa op te zetten of bestaande productielocaties te benutten, kunnen zij hun internationale groei ondersteunen en beter inspelen op lokale regelgeving. Ook andere Chinese ondernemingen investeren in productie buiten hun thuismarkt, mede vanwege handelspolitieke spanningen en de wens om internationale toeleveringsketens op te bouwen.
Voor Leapmotor is de samenwerking met Stellantis daarbij bijzonder waardevol. Het Chinese merk brengt zijn eigen elektrische aandrijftechnologie, voertuigontwikkeling en productkennis in, terwijl Stellantis de Europese industriële infrastructuur en productie-ervaring levert. De samenwerking moet ervoor zorgen dat nieuwe modellen sneller en tegen concurrerende kosten op de Europese markt kunnen komen.
De B10 is het eerste model dat in deze fabriek in productie is gegaan. De B05 moet volgen. Volgens berichtgeving vanuit Spanje is de start van de productie van de B05 voorzien voor het eerste kwartaal van 2027.
Wat betekent dit voor de Europese auto-industrie?
De verschuiving is zowel een kans als een uitdaging. Europese fabrieken kunnen profiteren van extra productie, werkgelegenheid en investeringen. Ook kunnen lokale leveranciers en andere bedrijven in de auto-industrie daarvan voordeel ondervinden. Tegelijkertijd kan een Chinese autofabrikant dankzij de combinatie van eigen technologie en bestaande Europese productiecapaciteit relatief snel een stevige positie opbouwen.
Daarbij blijft wel een belangrijke vraag bestaan: hoeveel van de economische waarde blijft daadwerkelijk in Europa? Dat een auto in Spanje wordt geassembleerd, betekent niet automatisch dat alle onderdelen, de batterijtechnologie en de belangrijkste ontwikkelingsactiviteiten ook uit Europa afkomstig zijn. De mate waarin lokale toeleveranciers worden ingezet, bepaalt mede hoeveel de Europese economie van deze productie profiteert.
Ook voor Europese autofabrikanten wordt de concurrentie ingewikkelder. Zij moeten niet alleen concurreren met auto’s die rechtstreeks uit China worden geïmporteerd, maar ook met Chinese merken die hun voertuigen steeds vaker binnen Europa bouwen. Het verschil tussen een Chinese auto en een Europese auto wordt daardoor minder eenvoudig af te lezen aan de locatie waar het voertuig van de band rolt.
Zijn de rollen werkelijk omgedraaid?
Niet helemaal, maar de machtsverhoudingen veranderen wel. Europese autofabrikanten bouwden in China fabrieken om toegang te krijgen tot een grote lokale markt. Chinese merken bouwen nu productiecapaciteit in Europa op om hun positie op een belangrijke exportmarkt te versterken, handelsbarrières te beperken en dichter bij hun klanten te komen.
De overeenkomst is duidelijk: wie wereldwijd auto’s wil verkopen, moet steeds vaker ook lokaal produceren. Het verschil zit vooral in de uitgangspositie. Europese merken hebben een lange industriële geschiedenis in China, maar staan daar onder toenemende concurrentiedruk. Chinese fabrikanten komen juist met een sterke positie in elektrische aandrijftechnologie en batterijproductie naar Europa, waar gevestigde merken nog volop bezig zijn hun elektrische aanbod concurrerender te maken.
De geplande productie van de Leapmotor B05 in Zaragoza is daarmee meer dan een uitbreiding van het modellenaanbod. Het is een voorbeeld van hoe de Europese auto-industrie verandert. China exporteert niet alleen elektrische auto’s meer, maar ook zijn industriële ambities. En Europa, dat jarenlang een belangrijke producent voor de wereld was, moet zich opnieuw uitvinden in een markt waarin de concurrentie steeds internationaler wordt.

