Het nieuwe kabinet van D66, VVD en CDA wil elektrisch rijden de komende jaren nadrukkelijk stimuleren en ziet dit als een onmisbaar onderdeel van het klimaat- en mobiliteitsbeleid. In het coalitieakkoord 2026–2030 kiest het kabinet voor een combinatie van financiële prikkels, een snelle uitbreiding van laadinfrastructuur en een forse opschaling van de elektriciteitsproductie. Daarmee moet elektrisch rijden niet alleen aantrekkelijk blijven voor automobilisten, maar ook praktisch uitvoerbaar worden op grote schaal.
Elektrisch rijden aantrekkelijk houden
Volgens het akkoord blijft elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk. Het kabinet wil voorkomen dat de overstap naar elektrisch vervoer afremt door plotselinge lastenverzwaringen voor elektrische auto’s. Tegelijkertijd wordt ingezet op een toekomstbestendige hervorming van de autobelastingen, waarbij het uitgangspunt is dat automobilisten er per saldo niet op achteruit mogen gaan. De overheid ziet elektrisch rijden nadrukkelijk als alternatief voor de verbrandingsmotor, naast het stimuleren van deelauto’s, fietsgebruik en openbaar vervoer.
Snelle uitbreiding van laadinfrastructuur
Een belangrijke randvoorwaarde voor elektrisch rijden is voldoende laadcapaciteit. Het kabinet kondigt daarom aan de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen verder uit te breiden. Dit moet ervoor zorgen dat zowel in woonwijken als langs hoofdwegen en bij bedrijventerreinen voldoende laadpunten beschikbaar zijn. De uitbreiding van laadnetwerken wordt gekoppeld aan een bredere aanpak van netcongestie, zodat het elektriciteitsnet de extra vraag aankan.
Meer vraag vraagt om meer stroom
Het kabinet erkent dat de groei van elektrisch vervoer alleen mogelijk is als de stroomvoorziening meegroeit. Daarom zet het akkoord zwaar in op extra productie van schone elektriciteit van eigen bodem. Wind op zee speelt daarbij een centrale rol, met plannen voor grootschalige uitbreiding richting 40 gigawatt. Daarnaast worden duurzame energieprojecten ondersteund via een verlengde SDE++-regeling, zodat nieuwe elektriciteitsbronnen sneller gerealiseerd kunnen worden.
Naast hernieuwbare energie wil het kabinet de leveringszekerheid van elektriciteit borgen. Er komt een capaciteitsmarkt om te garanderen dat er ook tijdens piekmomenten voldoende stroom beschikbaar is. Ook kernenergie krijgt een duidelijke plek in de plannen, met het voornemen om door te werken aan de bouw van meerdere nieuwe kerncentrales, inclusief modulaire reactoren. Deze mix moet ervoor zorgen dat de groei van elektrisch rijden niet vastloopt door een tekort aan betrouwbare elektriciteit.
Elektrisch rijden als onderdeel van een groter geheel
In het coalitieakkoord wordt elektrisch rijden niet gezien als losstaand doel, maar als onderdeel van een bredere elektrificatie van de economie. De overheid wil netcongestie aanpakken, het elektriciteitsnet versnellen uitbreiden en vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Daarmee moet ruimte ontstaan voor zowel elektrische auto’s als elektrische industrie en woningen. Het kabinet spreekt expliciet de ambitie uit om zo de klimaatdoelen voor 2030, 2040 en 2050 dichterbij te brengen, terwijl mobiliteit betaalbaar en toegankelijk blijft voor burgers en bedrijven.
